Keuzegids
WordPress: wel of niet?
Ik bouw niet in WordPress. Dat maakt mij geen onafhankelijke rechter, dus hieronder staan de cijfers met bron en meetdatum erbij — inclusief de gevallen waarin WordPress gewoon de betere keuze is. Die staan er niet voor de vorm.
Geschreven door Pepijn Theunissen, webdesigner en bouwer in Drachten · bijgewerkt 15 september 2026
Wat is WordPress en waarom staat het overal?
WordPress is gratis software waarmee je de pagina’s van je site zelf beheert. Het draait op 41,2 procent van alle websites ter wereld, gemeten door W3Techs op 24 juli 2026. Dat aandeel verklaart zichzelf: het is gratis, er zijn tienduizenden uitbreidingen, en vrijwel elke bouwer kent het.
Die drie eigenschappen zijn echte voordelen, geen marketing. Je zit niet vast aan één bureau, want de volgende bouwer kent het systeem ook. Je vindt voor bijna elke wens een kant-en-klare uitbreiding. En je kunt teksten en foto’s zelf wijzigen zonder iemand te bellen.
Andere tellingen komen op andere getallen: Hostinger kwam in april 2026 op 43,5 procent, en de crawl van HTTP Archive telde in juli 2025 35 procent. Ze meten niet hetzelfde. De strekking blijft gelijk — dit is verreweg het grootste systeem van het web, en dat heeft gevolgen die verderop staan.
Waar zitten de kwetsbaarheden van WordPress?
Niet in WordPress zelf, maar in de uitbreidingen eromheen. Over heel 2025 werden 11.334 nieuwe kwetsbaarheden gevonden in het WordPress-ecosysteem, 42 procent meer dan de 7.966 van 2024. Daarvan kwam 91 procent uit plugins en 9 procent uit thema’s. In de kern zelf: zes.
Die cijfers komen uit het rapport State of WordPress Security in 2026 van Patchstack, gepubliceerd op 25 februari 2026. De beveiligingsdatabase van WPScan telt het anders — cumulatief 38.578 unieke kwetsbaarheden, peildatum september 2026, waarvan 93 procent uit plugins. Andere methode, ander getal, dezelfde uitkomst.
Dat is meteen de kern van de zaak. WordPress zelf wordt centraal onderhouden en snel gerepareerd. Het risico zit in de stapel uitbreidingen die je erbovenop zet, en een doorsnee installatie draait er twintig tot dertig. Elke uitbreiding is een stukje software van iemand anders, met een eigen onderhoudstempo dat jij niet in de hand hebt.
Hoe snel wordt een lek in WordPress misbruikt?
Sneller dan een mens kan reageren. De gewogen mediaan tussen het openbaar worden van een veelgericht lek en de eerste massale aanval is vijf uur. In de eerste 24 uur is 45 tot 50 procent actief misbruikt; na zeven dagen 70 procent. Zelfde Patchstack-rapport, februari 2026.
Vijf uur betekent dat een onderhoudscontract van één keer per maand niet werkt. Het betekent ook dat de vraag niet is of je updates doet, maar hoe snel. Aanvallen zijn geautomatiseerd: er zit geen mens achter die jouw site uitkiest, maar een script dat het hele internet afgaat.
Er is nog een tweede cijfer dat telt. Bij 46 procent van de bekendgemaakte kwetsbaarheden was er op het moment van publicatie nog geen reparatie beschikbaar. In 2024 was dat 33 procent. Je kunt dus keurig alles bijwerken en alsnog een tijdje open staan, simpelweg omdat de maker van die ene uitbreiding nog niets heeft uitgebracht.
Is een WordPress-site traag?
Gemiddeld ja, maar dat gemiddelde verbergt het echte verhaal. In de CrUX-meting van februari 2026 haalde 48 procent van de mobiele WordPress-sites alle drie de Core Web Vitals. Precies het wereldgemiddelde. Duda haalde 85 procent, Wix 79, Shopify 78, Webflow 67 en Drupal 64.
Binnen WordPress loopt het verschil verder uiteen dan tussen de platforms onderling. Met de ingebouwde Site Editor haalt 62 procent de norm, met de standaard blokkeneditor 52 procent, met Divi 42 procent en met Elementor 35 procent. De keuze van de bouwer weegt dus zwaarder dan de keuze van het systeem.
En de andere kant: een goed ingerichte WordPress-site haalt 67 procent en verslaat daarmee Webflow. Maatwerk garandeert op zijn beurt niets. Een zelfgebouwde site die zware JavaScript meestuurt of verkeerd rendert, is net zo traag. Snelheid is een kwestie van vakmanschap, niet van het etiket op de doos.
De meting, zonder interpretatie
Google meet bij echte bezoekers of een pagina snel genoeg laadt, snel genoeg reageert en niet verspringt. Hieronder het aandeel mobiele sites per platform dat alle drie de normen haalt. Let vooral op de onderste regel: die is het ijkpunt.
| Platform | Haalt alle drie de normen |
|---|---|
| Duda | 85% |
| Wix | 79% |
| Shopify | 78% |
| Squarespace | 70% |
| Framer | 69% |
| Webflow | 67% |
| Drupal | 64% |
| Joomla | 58% |
| HubSpot CMS | 57% |
| WordPress | 48% |
| Gemiddelde van het hele web | 48% |
Binnen WordPress verschilt het meer dan tussen de platforms
Zelfde meting, nu uitgesplitst naar het gereedschap waarmee de site gebouwd is. Het verschil tussen de beste en de slechtste bouwer is groter dan het verschil tussen WordPress en Webflow.
| Gebouwd met | Haalt alle drie de normen |
|---|---|
| Site Editor (ingebouwd) | 62% |
| Blokkeneditor (Gutenberg) | 52% |
| Divi | 42% |
| WPBakery | 37% |
| Elementor | 35% |
Bron van beide tabellen: HTTP Archive / CrUX Technology Report, mobiel, meetmaand februari 2026. Een site telt als geslaagd wanneer 75% van de echte bezoekers alle drie de normen goed scoorde. Wil je weten hoe jouw eigen site het doet, dan staat dat in de websitecheck.
Wanneer is WordPress juist de betere keuze?
Vaker dan bureaus zoals ik toegeven. Wil je zelf pagina’s publiceren zonder iemand te bellen, heb je een webshop met standaardlogica, of wil je zeker weten dat elke volgende bouwer je site kan overnemen? Dan is WordPress de verstandige keuze en zeg ik dat gewoon.
Het sterkste argument is niet techniek maar vrijheid. Er zijn wereldwijd honderdduizenden ontwikkelaars die WordPress kennen. Valt jouw bouwer weg, dan vind je binnen een week een ander. Bij maatwerk is die groep veel kleiner, en dat is een risico dat je vooraf moet willen lopen.
Het tweede argument is tempo. Met bestaande thema’s en blokken staat er sneller iets goeds dan wanneer alles vanaf nul wordt getekend. Voor een site die vooral informatie toont en waar het team wekelijks zelf iets aan verandert, is dat vaak precies wat je nodig hebt — en dan is verder zoeken zonde van je tijd.
Wat kost een maatwerksite je aan vrijheid?
Drie dingen, en ik noem ze liever zelf dan dat je er later achter komt. Je bent afhankelijker van één bouwer. Je wijzigt de teksten niet zelf. En elke nieuwe functie is bouwwerk in plaats van een uitbreiding die je aanzet.
Dat eerste los je op met afspraken, niet met vertrouwen. Bij mij zijn de code en het domein na betaling van jou, vastgelegd in artikel 5 van de voorwaarden. Daarmee kan een volgende bouwer verder. Vraag dat bij elke offerte na, ook bij een WordPress-bureau, want daar is het lang niet altijd geregeld.
Het tweede is een echte beperking. Bij een basiswebsite van mij lopen tekstwijzigingen via mij. Wil je het zelf doen, dan hoort daar een beheerscherm bij, en dat is een aparte stap met een eigen prijs na de systeemcheck. Wie wekelijks wil publiceren, moet dat meewegen voordat er iets gebouwd wordt.
Hoe kies je zelf tussen WordPress en maatwerk?
Beantwoord drie vragen. Wil iemand in je bedrijf wekelijks zelf pagina’s aanpassen? Heb je functies nodig die geen bestaande uitbreiding levert? En hoeveel tijd kun je kwijt aan het bijhouden van updates? Die drie antwoorden wijzen bijna altijd dezelfde kant op.
Twee keer ja op de eerste en de derde vraag betekent WordPress, mits je het onderhoud serieus belegt en niet bij twintig uitbreidingen belandt die niemand meer bijhoudt. Een duidelijke ja op de tweede vraag betekent maatwerk, want een uitbreiding die net niet past kost op termijn meer dan iets dat wel klopt.
Twijfel je nog, kijk dan waar je werk blijft hangen in plaats van naar de techniek. Gaat het om vindbaar zijn en gebeld worden, dan is een website genoeg en is het systeem eronder minder belangrijk dan het lijkt. Neemt het overtypen en heen-en-weer mailen de tijd, dan is de vraag niet welk systeem maar welk proces.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Bouw je ook in WordPress?
Nee. Ik bouw in Next.js, en als WordPress voor jou de betere keuze is, zeg ik dat en verwijs ik je door. Dat is eerlijker dan je een systeem verkopen dat niet bij je past. Wat ik wel doe: meekijken naar een bestaande WordPress-site voordat je besluit hem te vervangen.
Is WordPress onveilig?
De kern niet — daar werden over heel 2025 zes kwetsbaarheden in gevonden. Het risico zit in de uitbreidingen: 91 procent van de 11.334 kwetsbaarheden van 2025 kwam uit plugins (Patchstack, februari 2026). Minder uitbreidingen en snel bijwerken halen het grootste deel van dat risico weg.
Moet ik mijn WordPress-site nu vervangen?
Niet vanzelf. Draait hij goed, houdt iemand de updates bij en haal je je klanten binnen, dan is vervangen geld uitgeven aan een probleem dat je niet hebt. Meet eerst: laadtijd, aantal actieve uitbreidingen en wanneer er voor het laatst is bijgewerkt. Daarna weet je of er iets moet.
Kan ik mijn teksten zelf aanpassen op een maatwerksite?
Alleen als daar een beheerscherm bij hoort. Bij een basiswebsite van mij lopen wijzigingen via mij. Wil je zelf publiceren, dan bouw ik dat erbij als aparte stap, met een vaste prijs die bekend is na de systeemcheck. Zeg het vooraf, want achteraf inbouwen is duurder.
Waarom verschillen de cijfers over WordPress zo per bron?
Omdat ze niet hetzelfde meten. W3Techs kwam op 41,2 procent van alle sites (24 juli 2026), Hostinger op 43,5 procent en de crawl van HTTP Archive op 35 procent. De ene telt gescande pagina’s, de andere geschatte installaties. Vraag bij elk cijfer om de bron en de meetdatum.
Wil je weten wat het kost in plaats van waarin het gebouwd is, lees dan wat een website kost. Twijfel je of je een site of een systeem nodig hebt, dan helpt website of webapplicatie. En zit je vast bij je huidige bureau, kijk dan bij van wie is mijn website.
Eerst meten wat je nu hebt?
Heb je al een WordPress-site, dan is vervangen zelden de eerste stap. In de websitecheck meet ik laadtijd, vindbaarheid en hoeveel uitbreidingen er meedraaien, en je krijgt een plan met wat het oplevert. Blijkt je site prima, dan hoor je dat.
Bekijk de websitecheck